wat zegt de wet?
over alimentatie

Wanneer de echtscheiding op grond van twee jaar feitelijke scheiding wordt uitgesproken

De wetgever bepaalt dat de echtgeno(o)t(e) die de echtscheiding aanvraagt schuld heeft aan het mislukken van het huwelijk.
Hij/zij kan dit vermoeden wel weerleggen.

Dit betekent dat er zich drie hypotheses kunnen voordoen, nl.:

  1. het wettelijk schuldvermoeden wordt niet weerlegd: diegene die de echtscheiding aanvraagt, kan dus in principe veroordeeld worden tot de betaling van een alimentatie aan zijn/haar ex-echtgeno(o)t(e) indien die daarom verzoekt;
  2. diegene die de echtscheidingsprocedure start, slaagt erin om te bewijzen dat ook de andere schuld heeft aan de feitelijke scheiding: dan zal geen van beide recht hebben op een alimentatie;
  3. diegene die de echtscheidingsprocedure start, slaagt erin om te bewijzen dat alleen de andere schuld heeft aan de feitelijke scheiding: de schuldige kan veroordeeld worden tot het betalen van een alimentatie.

 

Bijzondere situatie: Echtscheiding op grond van feitelijke scheiding wegens geestesstoornis

Hier speelt de fout niet. Al naargelang de respectievelijke financiële positie kan de geestesgestoorde dan wel de andere ex-echtgeno(o)t(e) aanspraak maken op een alimentatie ten laste van de ander. Het bedrag ervan wordt evenwel begroot zoals bij de echtscheiding op grond van fout.

Voor de onderhoudsuitkeringen toegekend onder het oude echtscheidingsrecht zijn er bepaalde overgangsmaatregelen.

terug